Wij, Elvis Peeters

ma 25/05/2009 - 10:13 Elvis Peeters heeft in zijn nieuwe roman met grote inleving en opvallende taalbeheersing, een schokkende en herkenbare adolescente wereld getekend.

literatuur fictie roman wij elvis peeters boek auteur nicole van bael adolescentie recensie

De korte roes van het collectieve wij

Vier jongens en vier meisjes proberen zich van elke volwassen norm of betutteling te bevrijden. Ze ontdekken de mogelijkheden van hun lichaam en verleggen stap voor stap hun grenzen. Maar de roes van  dit collectieve wij is van korte duur.

Elvis Peeters heeft in zijn nieuwe roman met grote inleving en opvallende taalbeheersing, een schokkende en herkenbare adolescente wereld getekend.

Zeven adolescenten en één lezer/verteller

Ena, Ruth, Liesl en Femke zijn vier meisjes op de grens van de volwassenheid. Op de ongeremde Ena na, zijn deze meisjes met minder vaste contouren getekend (behalve Liesl die op het eind blijk geeft van grootse plannen) dan de vier jongens die het voortouw nemen. Thomas is de natuurlijke leider, Karl een stevige motorfreak, Jens de handige techneut en de naamloze ik is de lezer van het gezelschap.

Heidegger, Rimbaud, Popper en Nussbaum geven terloops wat vroegrijp reliëf aan dit gemeenschappelijke experiment om aan een amorele leegte inhoud te geven, of beter nog, om voor hun jeugdige roes enig fundament te zoeken. Begrippen als verantwoording en fundament klinken trouwens veel te volwassen (net als “erotiek, tederheid, passie, liefde en alle nobele drijfveren”). En dit “denken” is maar één facet van hun collectieve experiment dat puur op intuïtie drijft.

Thomas en Karl zijn geen lezers. “Denken roept op” zegt de ik, “Dus het denken temperen, af en toe aan de zijlijn gaan staan. En deelnemen, deelnemen aan het spel, het spel mee bepalen.”

De samenhang van collectief en individu


Wat doen deze acht kinderen zoal om van het echte en eerlijke leven te proeven? Het boek begint met de vier meisjes die van op een brug over een snelweg hun kutjes tonen aan voorbijrijdende automobilisten, met dodelijke ongelukken tot gevolg. Een “acte gratuit” die hun autonomie en hun durf moet bevestigen. “Voor ons was het spel gelukt wanneer de buitenwereld erin trapte”.

Het streven om hun jonge lichamen over te geven aan een autonoom, dus schuldeloos verlangen zorgt voor een bijna onpersoonlijk, dierlijk genot. Maar zoals het bewustzijn en het lichaam niet van elkaar te scheiden zijn, zo laten individu en collectief elkaar onmogelijk uitsluiten. En de vijandige buitenwereld laat zich niet negeren. In dit paradijs schuilt een noodlottige slang. Alles is een kwestie van tijd.

De slang in het paradijs

De slang roert zich voor het eerst als ze hun dierlijke lust met provocerend plezier via webcam, later prostitutie uitbuiten. De dood van het meisje Fem, een ongeluk met een ijspegel tijdens een van hun sekspelletjes, zorgt voor een onherroepelijke aantasting van het ‘wij’.

De twee vervangende meisjes zijn geen gelijken meer maar onderdanen. De experimenten in genot worden sadistisch, de avontuurlijke prostitutie wordt ranzig en mechanisch, het geld wordt verslavend. Thomas wordt een regelrechte pooier maar eerst ondervindt hij hoe geesteloos de pure macht is, als hij een echte pooier op zijn weg ontmoet. Uiteindelijk raken hun levens aan de echte criminaliteit van uitheemse koperdieven, die hun speelse rebellie een decadente trek van een rijke en weerloze beschaving beschouwen.

Ondertussen is het wij uiteengevallen tot een uitgedunde verzameling (één meisje blijft over) waaruit de fut en het wederzijdse vertrouwen verdwenen zijn. “De wereld ligt aan onze voeten” is dan ook een onheilspellende slotzin.

Wij, schrijvers en lezers

Elvis Peeters schreef dit verontrustende boek samen met Nicole van Bael, al komen wij over de werking van dit schrijvende “wij” weinig te weten. De sobere taal en de bijna klinische beschrijving van lichamen zijn die van de ik-verteller die niettemin het collectieve bewustzijn niet los wil laten.

Peeters had soms moeite om dit collectieve bewustzijn geloofwaardig te maken (de ik-verteller is niet overal getuige van). En het schuiven met de chronologie zorgt hier en daar voor onnodige verwarring. Onhandigheidjes die de overtuigingskracht van deze roman nauwelijks aantasten.

Johan De Haes

[“Wij” - Elvis Peeters. Uitgeverij Podium, 2009]