Zonnewende

James Ensor
di 05/08/2014 - 14:17 Het Museum voor Schone Kunsten Gent brengt een hommage aan zijn veel te jong overleden directeur Robert Hoozee (1949 – 2012) en doet dat op een discrete, maar nauwgezette en speelse manier. Zo komen de kunst en de collectie op de eerste plaats, Hoozee zou het niet anders gewenst hebben.

msk gent museum voor schone kunsten gent gent museum zonnewende robert hoozee catherine de zegher james ensor oskar kokoschka vlaams expressionisme raoul de keyser hulde aan hoozee dialogic drawing experiment katrien vermeire der kreislauf fin de siecle modernisme

Robert Hoozee in Kunst-Zaken (1990)

Robert Hoozee over de expo 'Vlaams expressionisme in Europes context'.

Robert Hoozee over Ensor

Robert Hoozee over 'Skelet bekijkt chinoiserieën' van James Ensor.

Robert Hoozee over Raoul De Keyser

Sinds oudsher symboliseert de zonnewende, 21 juni, een overgang, een nieuw begin van de natuur. Het is het symbolisch moment waarop verleden, heden en toekomst elkaar raken. 21 juni was ook de geboortedag van Robert Hoozee. De driedubbele tentoonstelling ‘Zonnewende’ illustreert dan ook de overgang van verleden naar heden, van het directeurschap van Robert Hoozee naar het aantreden van directeur Catherine de Zegher. Wat zij erft is een instituut om U tegen te zeggen.

Waar beginnen ? Waarom niet op de stenen trappen die naar het museum leiden. Is het je al opgevallen dat veel musea voor oude of schone kunsten zo’n trap hebben ? Brussel, Antwerpen, Gent. Je moet de trap op, als op een ladder om verder te kunnen zien. Kunst verheft. Dat is wat anders dan die automatisch openende glasdeuren van grootwarenhuizen. Voor de Schone Kunsten wordt een extra inspanning gevraagd. Maar eens je die trappen, die letterlijk de drempel verhogen, genomen hebt, werken ze eerder drempelverlagend en wordt ieder bezoek opnieuw een plezier. Het is ook een plek waar kinderen spelen en ouders roepen dat dat gevaarlijk is. En telkens de plaats van het museum in de samenleving in vraag wordt gesteld is het het ideale podium om met strakke spandoeken je mening te verkondigen en het einde van het museum op te eisen. Dat museum dat zoveel moeite moet doen om voeling te hebben met wat er in de buitenwereld gebeurt. Robert Hoozee heeft het allemaal meegemaakt, hij die eind jaren 60 Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde studeerde aan de Rijksuniversiteit Gent en heel zijn leven aandachtig bleef kijken naar het oeuvre van de Britse kunstenaar John Constable (1776 – 1837), onderwerp van de thesis waar hij in 1971 mee afstudeerde. Wat een plezier moet het geweest zijn om elke dag, en dat dertig jaar lang, als directeur de deuren van dit prachtige classicistische gebouw, in 1898 door Charles van Rysselberghe ontworpen, te kunnen openen.

Vandaag staan de muren in de hall volgetekend. Deze monumentale muurtekening, ‘Dialogic Drawing experiment’ is van de hand van Andrea Bianconi (Italie), Ricardo Lanzarini (Uruguay) en Mark Licari (USA), drie kunstenaars die samen met kinderen en jongvolwassenen aan de slag gingen. Het is een wervelend tafereel geworden waar ze wekenlang aan gewerkt hebben. Een fantasierijke graffiti die tot de lockers en toiletten op de benedenverdieping uitzwermt. En ook in het forum ligt een stapel schoolmeubelen die niet aan de inkt en de verf kon ontsnappen.

Oskar Kokoshka

Het is een mooie intro op de ‘Hulde aan Robert Hoozee’- tentoonstelling. Die maakt duidelijk wat de oud-directeur betekende voor het ‘mooiste museum van Europa’ (dixit Joseph Beuys) en welke veranderingen het museum in deze periode onderging. Hoozee gaf het MSK Gent een gezicht door de baanbrekende tentoonstellingen die hij er organiseerde. ’40 kunstenaars rond Karel van de Woesteyne’ over de entourage van de dichter/kunstcriticus, in 1979, als museumassistent nog, ‘Het Vlaams expressionisme in Europese context’, ‘Parijs – Brussel. Brussel-Parijs’, ‘British vision, observatie en verbeelding in de Britse kunst 1750 - 1950’…. Te veel om op te noemen. Daarnaast wist hij ondanks de beperkte budgetten de verzameling op een doordachte wijze uit te breiden met Belgische en internationale kunst.

Meer nog dan een expo neemt deze ‘Hulde aan Hoozee’ je mee op een wandeling door de collectie. Hier blijkt zijn grote liefde voor het fin de siècle en het modernisme van de 20e eeuw. Het is een circuit langs topwerken die tijdens zijn periode werden verworven, van ‘De heilige Veronica van Binasco’ van François-Joseph Navez en ‘Maria Magdalena’ van Alfred Stevens, over de geliefde James Ensor, Fernand Khnopff en George Minne, tot ‘Het portret van dokter Ludwig Adler’ door Oskar Kokoschka, Erich Heckel’s ‘De Augustijnenrei in Brugge in de ochtend’ en Georges Vantongerloo’s ‘Studie nr. III’. Je valt van de ene verbazing in de andere. Van het neo-classicisme tot het surrealisme. Dat vreemde ‘Perspectief. Het balkon van Manet II’ met zijn gezeten doodskisten door René Magritte ! En dan mogen we zeker het symbolisme en het Vlaams expressionisme niet vergeten.

George Minne

Het zijn hier niet alleen de ‘hoogtepunten’ die je aandacht vragen. ‘Het stoppelveld’ dat Albert Servaes in 1912 schilderde klinkt na in de prachtige ‘Werken op papier’ die Raoul De Keyser zestig jaar later maakte, en die de kunstenaar uit sympathie aan het museum schonk. Je denkt terug aan het ‘Naakt met wit laken’, waar Jean Brusselmans in 1937 naar keek, wanneer ‘De baadster’ van William Bouguereau ,uit 1864, je zeven zalen verder in de ogen kijkt. Het witte laken in de schilderkunst zou het onderwerp van een thematentoonstelling kunnen zijn.


Hoeveel tijd kan een mens in het museum doorbrengen ? Een uur ? Twee uur ? Een halve dag ? Langer ? En hoe vaak ? Sommigen komen om één werk te bestuderen, anderen willen een volledige rondleiding, van de Middeleeuwen tot de 20e eeuw. Deze expo is een uitnodiging om de verzameling en de veertig zalen van het museum later nog eens te komen bekijken.
 

 

In de zalen rond de prachtige rotonde van het museum, gaat de aandacht naar het prentenkabinet, met zelden of nooit voorheen getoonde tekeningen, aquarellen, pastels en prenten van onder meer James Ensor, Odilon Redon, Félicien Rops, Léon Spilliaert. Ha, die ‘Pisser’, een ets uit 1887 van Ensor waarop een man tegen de muur plast en op die muur een graffiti ‘Ensor est un fou’ ! Hoozee hield van die werken op papier, en niet alleen omdat die beter bij de financiën van het museum passen. In de intimiteit van die kleinere formaten geeft het herkennen van de fantasie en de hand van de kunstenaar de fijnproever een groter genot.

Robert Hoozee stond niet graag in de schijnwerpers. Net zoals de fragiele tekeningen die hier in verduisterde ruimtes getoond worden was hij gevoelig voor een te veel aan licht. Hij was ook geen directeur die luidkeels de aandacht van de media opeiste. Er bestaat een foto waarop hij, samen met twee andere mannen, lichtjes voorovergebogen naar een schilderijtje van Constable kijkt. Alweer Constable. Omdat het pas in die dagelijkse omgang met de kunst gebeurt dat er je iets nieuws opvalt, dat je iets nieuws gaat zien. Zo vatte hij ook zijn beleid op, als een voortdurend onderzoek, als een altijd weer wat je weet in vraag stellen. De museumbezoeker kwam altijd rijker de trap af.

Maar eerst nog gaan kijken naar de zaal waar die geluiden van strand- en zeepret vandaan komen. Het zomerseizoen krijgt in het MSK Gent extra kleur door de Belgische museale primeur van ‘Der Kreislauf’, een video van Katrien Vermeire (Oostende, 1979).  In deze kortfilm verkopen kinderen op het vakantiestrand kleurige papieren bloemen en laten zich uitbetalen met aangespoelde schelpen.

Katrien Vermeire

['Zonnewende', hulde aan Robert Hoozee, tot 12 oktober, in het Museum voor Schone Kunsten Gent]

De Vrienden van het Museum publiceren samen met MER een rijk geïllustreerd huldeboek waarin een vijftigtal Belgische en internationale specialisten terugblikken op deze cruciale periode in de geschiedenis van het Museum voor Schone Kunsten en de uitzonderlijke rol die Robert Hoozee gespeeld heeft voor de museale wereld in België en ver erbuiten. Het is een tweedelig eerbetoon waarin enerzijds zijn belang als directeur voor het museum wordt geduid, en anderzijds collega’s-essayisten schrijven over kunstenaars en kunstwerken die ook Hoozee nauw aan het hart lagen.