Jenufa van Leos Janacek in de Munt

vod
di 21/01/2014 - 15:30 Het gebeurt niet dikwijls dat de kostuumafdeling de hoofdrol krijgt in een opera. ‘Jenůfa’ is een explosie van kleuren, broderie, linten, pofmouwen... Maar ook van miserabilisme.

alvis hermanis ludovic morlot jenufa leos janacek bartok kodaly opera klassieke muziek

‘Jenůfa’ was de derde opera van Leoš Janáček. De eerste die blijvend het repertoire haalde. Al duurde het even tot West-Europa het genie van die componist, die werkte in het Moravië van Tsjechië, erkende. Jenůfa is een vrouw die een onwettig kind kreeg, en om haar toch te kunnen koppelen aan een huwelijkspretendent, vermoordt de stiefmoeder (de kosteres) dat kind. Een neorealistisch verhaal dat spoort met het verisme in Italië. Maar de muziek is heel anders.


Janáček liet zich niet meer inspireren door de romantiek, maar door een wereld die hij kende. En vooral hoorde. Janáček was op zoek gegaan naar wat er muzikaal leefde bij de boerenbevolking. Zoals Kodály en Bartók in Hongarije ging hij luisteren naar de plattelandsmuziek, die totaal anders was dan die van de stad. We horen plotseling in deze opera folkloristische dansen.
Maar waar Janáček wat zijn muziek betreft, zich nog het meest op baseerde, is op de prosodie van het Tsjechisch. De hele opera bestaat uit dialogen, gesproken teksten die melodie, dus toonhoogte en ritme kregen. Geen lyrische uitbarstingen. Of hoe iets lokaals toch universeel wordt. Met onze huidige boventiteling kunnen we het drama op de voet volgen, het Tsjechisch is begrijpelijk en de muziek kan op het woord blijven plakken.
Regisseur Alvis Hermanis heeft zich voor zijn lezing van deze opera op twee werelden gebaseerd. Op een mythische en ideale wereld van het Moravië zoals Janáček dat moet gekend hebben. In het tweede bedrijf ziet het er helemaal anders uit. Het is een groezelig realistisch beeld. De schijnheilige dorpsmoraal die in bedrijf één en drie oordeelt, wordt in bedrijf twee vervangen door de morele dilemma’s van individuen en de eigen keuzes. Die switch van toneelbeeld relativeert het folkloristische eerste en derde bedrijf dat zich in de imaginaire wereld van het oude Moravië situeert

Jenufa van Janacek in de Munt

Het gebeurt niet dikwijls dat de kostuumafdeling de hoofdrol krijgt in een opera. ‘Jenufa’ is een explosie van kleuren, broderie, linten, pofmouwen... Maar ook van miserabilisme.

Regisseur Alvis Hermanis is op reis gegaan naar Moravië. Hij documenteerde zich over de feestkostuums. De ateliers van de Munt werkten gedurende een jaar lang aan de kostuums, die de Britse Anna Watkins tekende.
Het verhaal speelt zich visueel in bedrijf één en drie af op drie verschillende niveaus, dat van het koor, de dorpsgemeenschap. Dat van de actie tussen de hoofdrolspelers en dat van het ballet. Dat ballet is een permanente bijna hyperkinetische stilzwijgende commentaar, die drijft op de vaart van de muziek. Of het draaien van de wieken van de familiemolen uitbeeldt. Die drie niveaus leveren een onwaarschijnlijk en verbluffend totaalbeeld, waarbij je gedachten over en weer schieten tussen zwart-wit filmbeelden van Josephine Baker, de oeropvoering van ‘le sacre du printemps’ (de choreografe Alla Sigalova is Russisch) van Stravinsky, een pure grand guignol en het Italiaans neo-realisme in de film. Een bonte verzameling van stijlen. Maar het functioneert.
 

[Jenůfa van Leoš Janáček in de Munt van 21 januari tot 7 februari, da avondvoorstellingen beginnen om 19:30u]